Pianosonate nr. 30 in E majeur, op. 109
Beethoven – Op. 109: I
Een stille ontboezeming die begint in tederheid en twijfel, en zich ontvouwt tussen aarde en sterrenlicht.
Het eerste deel ontvouwt zich als een intiem gesprek. Eerst lijkt een tedere stem te spreken, daarna komt er een vraag op, gevolgd door een antwoord dat warm voelt en tegelijk iets zwaars draagt. Later komen golvende bewegingen en een flikkerende sterrenhemel geleidelijk naar voren. In het middendeel opent de muziek een ruimte tussen aarde en hemel, waarin de mens ergens daartussen lijkt te zweven.